Woensdag, 25 maart 2020


Vrouwenparticipatie op de arbeidsmarkt in de lift

Misschien denken sommigen van wel, maar Stichting FAM! heeft zeker niet uitsluitend vrouwen in haar netwerk. Ook genoeg mannen maken er deel van uit.

Een van hen is Michel van Smoorenburg, senior arbeidsmarktadviseur bij UWV. Hij is al zo’n 10 jaar een graag geziene gast bij FAM! Michel doet met plezier uit de doeken hoe het zit met de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt.

Michel van Smoorenburg (53) is al zijn hele studie en werkzame leven bezig met arbeidsmarktonderzoek en arbeidsmarktbeleid. Eerst tijdens zijn studie personeelswetenschappen. Daarna bij zijn werkgevers Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in Maastricht en nu al heel wat jaren bij UWV. Michel is teamleider van de arbeidsmarktadviseurs in Zuid-Nederland en Rijnmond-Middenwest. Daarnaast is hij internationaal bezig. Hij is van alle arbeidsmarkten thuis, zeg maar.

“Stichting FAM! ken ik al ruim 10 jaar. Ik woon regelmatig bijeenkomsten bij, waar ik presentaties geef over de arbeidsmarkt. Ze hebben het lef om een man uit te nodigen en dan kan ik natuurlijk niet weigeren”, lacht Michel.


Michel gaat specifiek in dit interview in op de arbeidsdeelname van vrouwen (versus mannen) in Limburg. Hij kijkt naar de cijfers van de man-vrouwverhouding en de ontwikkeling van de werkgelegenheid. “De werkgelegenheid voor vrouwen ontwikkelt zich hartstikke goed. Er zijn tussen 2014 en 2019 20.000 werkende vrouwen bijgekomen, dat brengt het totaal op 259.000 (een stijging van 8%). Bij mannen is de stijging 4% van 289.000 naar 300.000. Eigenlijk steeg de werkgelegenheid bij vrouwen twee keer zo hard als bij mannen. De participatie zie je duidelijk meer toenemen bij vrouwen. Het verschil wordt kleiner.”

Wat de Echtenaar wel benadrukt is dat vrouwen veel vaker in deeltijd werken dan mannen. Als we kijken naar het aantal uren is de verhouding nog heel scheef. Vrouwen werken in driekwart van de gevallen parttime en dus minder dan 32 uur per week. Van de mannen werkt ongeveer een kwart parttime. Mannen werken gemiddeld meer uren en verrichten zo een veel groter deel van het werk. “Er is wel een inhaalslag aan de gang bij vrouwen. Dat heeft veel te maken met de bovengemiddelde groei van de werkgelegenheid in de zorgsector. Hier profiteren vooral de mbo- en hbo-geschoolde vrouwen van. Denk aan verpleegkundigen.

In de zorgsector werken dus enorm veel vrouwen, terwijl de managers over het algemeen mannen zijn. Frappant, hè?” Michel, die vader is van 4 pubers, geeft aan dat dit wel deels te verklaren is doordat vrouwen vaker parttime werken. Als iemand minder dan 32 uur werkt, is het lastiger om een managersrol te vervullen. Op de vraag hoe het bij hem thuis geregeld is met 4 kinderen, geeft hij eerlijk toe dat hier ook een traditionele rolverdeling aan de orde was. Met de nadruk op ‘was’, want zijn kinderen variëren nu alweer in de leeftijd van 15 tot en met 21. Ze zijn een stuk zelfstandiger, zodat het makkelijker is geworden om meer te gaan werken.

Wat ook opvalt is dat de studiekeuze heel veel bepaalt. Michel heeft uitgebreid vergelijkend onderzoek gedaan naar de arbeidsmarktpositie van hbo- en wo-studies. Het is nu eenmaal zo dat sommige opleidingen, die in trek zijn bij veel vrouwen, het heel goed doen op de arbeidsmarkt. Ze vinden snel een (vaste) baan met een goed salaris. Dit geldt bijvoorbeeld voor verpleegkunde (hbo), geneeskunde (wo), maar ook voor veel lerarenopleidingen.

Maar er zijn ook studies die populair zijn onder veel vrouwen met een matig of zelfs zeer matige arbeidsmarktpositie. Denk hierbij aan de kunstacademie (hbo), creatieve therapie (hbo), toerisme (hbo), letterkunde (wo) of psychologie (wo). Door een studie te kiezen met goede arbeidsmarktkansen kan je als vrouw je positie op de arbeidsmarkt enorm beïnvloeden. Voor je arbeidsmarktpositie maakt het weinig uit of je vrouw of man bent, maar is veel belangrijker welke beroeps- of opleidingskeuze je hebt gemaakt.”


Het onderwijsniveau van jonge vrouwen is al hoger dan dat van jonge mannen. Vrouwen kunnen hun arbeidsmarktpositie verder verbeteren door te kiezen voor een opleidingsrichting met een goede arbeidsmarktpositie. De studierichting heeft belangrijke gevolgen voor het vinden van een baan, de beloning en de werkzekerheid. Dit is ook nog te zien bijvoorbeeld tien jaar na hun afstuderen. “Als vrouwen carrière willen maken, is het daarnaast verstandig niet in een kleine deeltijdbaan te gaan werken. Als ze deze twee zaken in acht nemen, gaat het de komende jaren alleen nog maar beter met de arbeidsmarktpositie van de vrouwen. Daar ben ik van overtuigd.”