Dinsdag, 8 november 2022


#financiën #techniek

Vrouwen en mannen zijn even slim

Het brein van vrouwen en mannen kent overeenkomsten, maar er zijn ook heel grote verschillen. Tot die conclusie is prof. dr. Iris Sommer gekomen. Zij is psychiater en neurowetenschapper bij Universitair Medisch Centrum Groningen. Uit haar onderzoek naar bestaande feiten over het brein en tests in haar laboratorium komt dit naar voren. “Wij zouden het misschien liever anders willen, maar we moeten dealen met hoe het in werkelijkheid is”, vertelt zij in het interview dat SharePower met haar had.

Geschreven door Sylvia Beugelsdijk

Niet uniseks
Iris is zeer geïnteresseerd in de sekseverschillen in het brein en in hoeverre dit van belang is voor optimale behandeling in de psychiatrie en neurologie. “Wij zijn er een hele tijd vanuit gegaan dat het brein uniseks is. Dat het precies hetzelfde is. En dat idee vonden we fijn. Want we houden ervan te denken dat we allemaal gelijk zijn. Met gelijke talenten. En gelijke rechten. Maar het klopt dus niet.” 

Verschillen en overeenkomsten
Op de best grote verschillen vestigt ze al een hele tijd de aandacht. “Als je het brein of het gedrag van mannen en vrouwen vergelijkt, kom je tot heel grote verschillen. Denk aan het verschil in afmeting. Het brein van mannen is groter en heeft 17% meer zenuwcellen. Maar er zijn zeker ook overeenkomsten. De belangrijkste overeenkomst is: we zijn ongeveer even slim bij eenzelfde opleidingsniveau. Maar het is echt niet zo dat je mannen en vrouwen over één kam kunt scheren. Dat kan niet in de geneeskunde, maar ook niet op andere gebieden. Zoals het onderwijs of bij zaken die met financiën te maken hebben.” 

Best doen voor meer geld
Een van de sekseverschillen is het aanmaken en opruimen van de boodschapperstof dopamine. “Dit is een stofje dat ervoor zorgt dat mannen én vrouwen heel hard lopen voor iets wat ze graag willen. Maar dat wordt bij vrouwen veel sneller weer opgeruimd. Dat zie je met name bij het salaris. Mannen zijn meer geneigd hun best te doen om meer geld te krijgen. Dat is hun drive. Bij vrouwen is dat veel minder een issue. Wij zien over het algemeen meer beren op de weg. ‘Ik kan meer geld krijgen, maar ik weet niet of ik de klussen die ik extra moet doen wel kan. Dan doe ik het liever niet.’ En mannen denken: ik kan dat en krijg lekker meer salaris.”

Financieel onafhankelijk
Het verschil in denkwijze hangt samen met de geslachtshormonen, legt Iris uit. “Bij een geslachtsverandering zie je dat goed. Vrouwen die man worden, krijgen het mannelijk geslachtshormoon en gaan ook meestal meer verdienen. Bij mannen die vrouw worden en dus het vrouwelijke geslachtshormoon krijgen toegediend zie je dat ze gemiddeld minder gaan verdienen. Dan helpt dus een andere benadering. Gelijke behandeling is in dit geval niet goed. Bij ongelijkheid moet je ongelijk behandelen, vind ik.” Het is voor vrouwen belangrijk dat zij financieel onafhankelijk zijn van hun partner. In de praktijk is het nog vaak zo dat vrouwen wél afhankelijk zijn. “Als het allemaal goed gaat, is dat niet zo van belang. Maar bij een scheiding, komt de vrouw er vaak bekaaid van af. Als zij - en dat is in veel gevallen zo - de zorg over de kinderen heeft, is haar salaris niet toereikend. Met als gevolg: armoede.”

Puberteit eerder en anders
In het onderwijs zijn er ook grote verschillen tussen meisjes en jongens. Een van de verschillen is de puberteit die bij meisjes (soms zelfs twee jaar) eerder begint en anders verloopt. “Ik vraag me wel eens af: hadden we de jongens- en meisjesscholen maar nooit afgeschaft, want jongens en meiden zijn rond die puberteitsjaren echt heel anders. Ze hebben ook een ander tempo. Meisjes kunnen rond hun twaalfde jaar het schoolse leren al vrij goed. Kunnen al lang stilzitten en een hele tijd gefocust blijven. Maar voor jongens is dat veel moeilijker. Zij vallen daardoor meer uit dan meisjes. Of ze blijven zitten. En meiden stromen vaker door naar het hbo en de universiteit. Dat is opvallend. Maar als jongens eenmaal hun ‘wilde’ haren hebben verloren en zich realiseren ‘verdorie zo’n diploma is toch wel nuttig’, dan hebben ze helaas niet zoveel herkansingsmogelijkheden. Zij-instroom zou voor hen heel welkom zijn. Dat is nu nog niet mogelijk. Maar ik pleit hier wel voor. Want dat werkt natuurlijk door. Daarom zie je in de praktijk dat veel mannen banen hebben onder hun niveau.”

Vrouwen en techniek
Als we nog meer naar verschillen kijken dan is vrouwen en techniek ook nog een duidelijk voorbeeld. Volgens Iris heeft het geen zin om meisjes of vrouwen richting de techniek te ‘pushen’ als ze er totaal niet in geïnteresseerd zijn. “Als meisjes nog nooit vanuit zichzelf interesse hebben getoond in techniek - denk aan het spelen met technische lego of een radio of brommer uiteenhalen en weer in elkaar zetten - dan komt dat ook niet. Interesses zijn namelijk vrij stabiel. Dat geldt trouwens ook voor jongens. Van hen heeft, schat ik, zo’n 80% interesse in techniek. Van de vrouwen is dat bij benadering 20%. Voor deze vrouwen is het zeker fijn om hulp te krijgen bij het vinden van hun weg in de techniek. Voor de andere 80% geldt: zij zijn niet afgeschreven voor de techniekbranche. Nee, vrouwen - en ook mannen - die geen technisch beroep willen uitoefenen kunnen natuurlijk wel geïnteresseerd zijn in een ánder beroep binnen een technisch bedrijf.”