Dinsdag, 4 augustus 2020


#diversiteit

Sanaa Al Ghazali: Heel dankbaar voor de kansen in Nederland

Al vijf jaar is Sanaa Al Ghazali (48) uit Syrië in Nederland. Met haar jongste dochter had ze in zeven maanden tijd al vijf asielzoekerscentra van binnen gezien toen ze herenigd is met haar man en twee oudste kinderen. 

Ze wonen nu met z’n vijven in Swalmen. De van oorsprong lerares Arabisch is hier bezig met een zorgopleiding speciaal voor statushouders, want ze wil niets liever dan aan het werk. Lees het verhaal over haar studie, haar kinderen, de Nederlandse taal, vooroordelen en meer.

 

Kun je kort vertellen over jullie vlucht naar Nederland?

“We hadden het goed voor elkaar in Syrië, mijn man en ik en onze drie kinderen. Ik gaf Arabisch aan kinderen van 12 tot 16 jaar en mijn man was docent Engels. We woonden op een kleine boerderij met soms drie dan weer vier koeien. Door de situatie daar zijn we helaas moeten vluchten. In 2015 kwamen we in Nederland aan, mijn jongste dochter van drie en ik. Het heeft zeven maanden geduurd – ondertussen AZC’s in en ook weer uit – voordat ik mijn man en onze oudste kinderen in de armen kon sluiten. In eerste instantie konden zij niet mee, omdat mijn man geen paspoort had. Vanaf dat moment zijn we statushouders en kregen we een huis in Swalmen aangewezen. Fijn dat we toen samen een dak boven ons hoofd hadden, maar het was ook zwaar. We hadden moeite met de taal, de cultuur en dat soort dingen. De mensen waren niet echt open, wat het niet makkelijk maakte. Ook de vele regels maakten het lastig voor ons. Maar we zijn veilig en we zijn dankbaar dat we hier kansen krijgen. Na vijf jaar hebben we wel onze draai gevonden.”

Wil je iets kwijt over je opleiding?

“Ikzelf ben nu acht maanden bezig met een mbo niveau 2-zorgopleiding via Gilde Opleidingen bij Zuyderland Medisch Centrum in Geleen project IDZ-UDZ. Werken met oudere mensen vind ik fijn. Ik ben hiervoor in de wieg gelegd, omdat ik heel rustig en geduldig ben. Daarnaast heb ik ervaring met het verzorgen van mijn eigen moeder. Ze was ziek en daardoor heb ik haar zes jaar verzorgd bij ons in huis. Helaas is zij gestorven. Het is in Syrië zo dat je voor je ouders zorgt. In Nederland is dat anders geregeld. Ik ben dankbaar voor de ondersteuning van VluchtelingenWerk hierbij. Zonder werk kan ik niet. Er moet geld verdiend worden. Ook belangrijk: ik wil onder de mensen zijn. Een tijd geleden heb ik in een magazijn gewerkt als orderpicker, maar dat is niets voor mij. Laat mij maar met mensen werken, niet met producten.”

Ga je meteen doorstuderen of werken?

“Als ik de opleiding af heb, wil ik meteen aan de slag. Ik ga eerst een paar jaar ervaring opdoen en daarna wil ik nog verder leren. Hopelijk lukt het me om verzorgende-IG te worden. Lijkt me erg mooi. Eerst moet sowieso mijn taal nog beter worden. Ik volg nog altijd Nederlandse les. Ik kan gelukkig goed oefenen met patiënten/bewoners op mijn stage en collega’s. Ook moet ik heel veel protocollen leren. Die wil ik eerst allemaal onder de knie hebben. Wat ook meespeelt is dat onze jongste pas acht jaar is. Ik wil nu zoveel mogelijk bij haar zijn. Als zij straks op de middelbare school zit, heb ik meer tijd en wil ik weer gaan studeren.”

Hoe ziet de toekomst eruit over 5 tot 10 jaar?

“Dan kan ik me heel goed verstaanbaar maken en begrijp en versta ik alles. Ook ken ik dan alle regels. En kan ik alles maar dan ook alles bestellen. Dan voel ik me echt een Nederlander. We wonen tegen die tijd in een eigen huis. En ik heb na mijn mbo niveau 2-diploma ook het diploma Verzorgende-IG in mijn bezit.”

Waar word je heel blij van?

We zijn hier heel tevreden. En veilig. Dat brengt rust en een lach op ons gezicht. Het maakt me ook blij dat ik de kans krijg deze opleiding te volgen en dat ik weer meer onder de mensen kom. Maar het meest gelukkig ben ik als mijn kinderen een goede toekomst tegemoet gaan. Ze zijn goed op weg, want de oudste heeft net haar havo-diploma behaald en de middelste, onze zoon, zit in de derde klas van vwo TTO (tweetalig).”

Wil je nog iets kwijt? Een boodschap misschien?

“Wat me van het hart moet is dit: heb alsjeblieft meer begrip voor vluchtelingen. Ze hebben het heel moeilijk en hebben vreselijke dingen meegemaakt, want ze zijn niet voor niets naar Nederland gekomen. En hier hebben ze het ook nog eens lastig met de taal, de gebruiken, de regels. We moeten dit allemaal leren. En als ik naar ons gezin kijk: we willen gewoon heel graag werken/studeren, meedoen, participeren. We doen echt ons best. Zeker in het begin, hebben we best vervelende dingen meegemaakt. Dat onze kinderen met de nek werden aangekeken bijvoorbeeld. Dat doet heel erg pijn. Maar gelukkig hebben we ook al heel veel lieve mensen ontmoet.”